// Je leest nu...

#biowijn

#Biowijn: deel II


Een duurzame wereld. We willen er allemaal in leven. Maar tegen welke prijs? Als biologisch vlees voor de prijs van een kiloknaller zou worden verkocht, aten we het allemaal (op z’n minst de vleeseters). Als zonnepanelen een kwart van de huidige aanschafprijs zouden zijn, dan struikelde Sinterklaas er over tijdens zijn nachtelijke tochtjes over de daken.

Zo zit de wereld niet in elkaar. De wereld van de biologische wijnbouw ook niet. Zolang biowijn merkbaar lekkerder of beter is dan gewone wijn, wil een groep consumenten er best voor betalen. Maar ís biowijn lekkerder en beter dan gewone wijn? En beter, voor wat of wie? Voor mij, de portemonnee van de wijnproducent, het milieu? Of voor alle drie? Dat zijn vragen die ik probeer uit te pluizen in een aantal vinoblogs over #biowijn. Dit is deel II van de serie. Het eerste deel vind je hier.

Biowijn groeit

Maar we hebben we het eigenlijk over? Op welke schaal vindt biologische wijnbouw plaats? In 2009 was 155 000 hectare van alle wijngaarden in de Europese Unie biologisch. Een fractie van het totale areaal, toch is er een duidelijke toename zichtbaar. In grote en bekende wijnlanden als Frankrijk en Italië, maar de stijging is het grootst in het land van Sinterklaas. In 3 jaar tijd is het aantal hectare biologische wijngaard in Spanje meer dan verdriedubbeld, van ruim 17.000 in 2007 naar bijna 54.000 hectare in 2009. Zon en droogte zijn dan ook geschikte partners voor biologische wijnbouw. Of zetten de Spanjaarden hier een weloverwogen stap?

Bron: Agence BIO, FIBL/IFOAM, SINAB, UKSUP, ministeries van Landbouw in Spanje, Portugal, Tsjechië en Slovenië.

Typen wijnbouw

Wijnbouw kent vele vormen. Er bestaan grote verschillen waarop wijnproducenten te werk gaan in wijngaard en kelder. Grofweg bestaan er 4 typen wijnbouw.

  • Conventionele wijnbouw
    Richt zich op grootschalige productie. Op tientallen, soms honderden hectares kun je de druiven niet  met zachte hand vertroetelen. Er is daar een robuuste en efficiënte aanpak vereist. Daarbij worden  machines, kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt om het hoge rendement te kunnen  behalen.
  • Duurzame wijnbouw
    Bij duurzame wijnbouw zijn kunstmest en bestrijdingsmiddelen toegestaan. Wel worden deze  middelen zoveel mogelijk vermeden. Het woord duurzaam heeft dan ook niet alleen betrekking op  een zo natuurlijk mogelijk productieproces, maar ook op sociale en economische aspecten die bij de  bedrijfsvoering komen kijken. Wijnschrijver Gert Crum (@GertCrum): “Er zijn nogal wat  producenten, vaak de kleinere familiebedrijven, die ernaar streven zo natuurlijk mogelijk te werken.  Maar als ze zien dat het fout gaat, dan grijpen ze in door bestrijdingsmiddelen te spuiten. Ik heb  sympathie voor deze producenten. Ze bedrijven weliswaar geen pure biologische wijnbouw, maar ze  zijn toch met veel verantwoordelijkheid in de wijngaard bezig. Dat is de kern voor mij.”
  • Biologische wijnbouw
    Gaat een paar stappen verder. Het gaat hier om behoud en verbetering van de vruchtbaarheid en biologische activiteit op lange termijn; onderhoud en ontwikkeling van de biodiversiteit, behoud van genetische diversiteit, behoud van de kwaliteit van het water en het vermijden van vervuiling. Het doel is zowel de kwaliteit van het leven als van de wijn te verbeteren. Ook is de werkwijze meer regionaal gericht door het stimuleren van korte distributielijnen.
  • Biologisch-dynamische wijnbouw
    Geënt op de leer van filosoof Rudolf Steiner – grondlegger van de antroposofie. Biologisch-dynamische wijnen worden gemaakt met veel respect voor de natuur. De integriteit van de druif staat voorop in een wijn, zonder gebruik te maken van toevoegingen (oenologische hulpmiddelen). De natuur vertelt het verhaal en dat verhaal belandt in de fles. Biodynamie volgt de ritmes van de natuur;  de invloed van zon, maan en planeten op het hele proces van druifgroei tot botteling. Een ander kenmerk is het gebruik van preparaten. Dit zijn mengsels op basis van bijvoorbeeld koemest, kiezel, kamille of brandnetel die aan de druivenstokken en bodem worden gevoed. Tjitske Brouwer (@TjitskeBrouwer) – eigenaar van wijnhandel Vinoblesse  en expert in biologische wijn: “Biodynamie heeft soms iets zweverigs. Ik weet ook niet altijd wat ik daar mee moet. Opvallend is wel dat biologisch-dynamische wijnen spannender zijn dan andere wijnen. Dat is iets wat me intrigeert.”

Proef het verschil

Het is niet eenvoudig om in een blindproeverij biologisch van conventioneel gemaakte wijn te onderscheiden. Toch kan de geoefende proever wel degelijk kenmerkende verschillen ontdekken. Tjitske: “De invloed van gistcellen is goed waarneembaar. Die bepalen het soort aroma’s en maken de wijn complexer. Ook de biodiversiteit in de wijngaard kun je soms terugvinden. Biologische wijnen hebben vaak bloemenaroma’s, omdat er bloemen tussen de wijnstokken groeien. Als je een goed gemaakte natuurlijke wijn drinkt, is het soms net alsof je in het midden van de smaakbeleving bronwater proeft. Dat heeft iets kalmerends. Zo’n wijn lest ook daadwerkelijk je dorst, terwijl veel extractrijke, houtgerijpte wijnen juist zorgen voor het tegenovergestelde: je wilt een slok water nadat je de wijn hebt gedronken.”

Tjitske vat het onderscheid samen in een uitspraak van Jean-Pierre Frick [biologisch-dynamisch wijnbouwer uit de Elzas]: “Vergelijk het met een missverkiezing. Prachtige opgemaakte dames. Maar wil je daar een avond mee doorbrengen of je hele leven?”

Keurmerk of regelgeving?

Voordat je een biowijn in geur en smaak kunt herkennen, moet je de wijn eerst kopen. En daar wordt het diffuus. Niet iedere biologische wijn is als zodanig herkenbaar. Wel vind je op sommige etiketten een keurmerk terug. Bekende privékeurmerken zijn: Natur et Progrès, Demeter en Ecocert. Tjitske: “Europeseregelgeving is er nog steeds niet. Dat is jammer. Zokrijgt de consument geen duidelijkheid.” 

Een groot deel van de biologische of biologisch-dynamische wijnboeren laat de privékeurmerken met enig  wantrouwen links liggen. Gert snapt dat wel. “Er zijn talloze instituten die zogenaamd of in werkelijkheid iets controleren. Daar moeten wijnproducenten fiks voor betalen. Het zijn instellingen met goede bedoelingen, maar het zijn ook commerciële bedrijven. Ik ken behoorlijk wat wijnbedrijven die zich niet afhankelijk willen maken van een stempel. Misschien omdat ze het te duur vinden, maar vooral omdat ze verantwoording schuldig zijn aan zichzelf, aan de afnemers, maar niet aan de regelgeving. Een bekend wijngoed als La Romanée-Conti, dat sinds 2008 helemaal biologisch-dynamisch werkt, heeft zo’n biokeurmerk natuurlijk ook niet nodig. Dat ligt anders bij de kleine boertjes, die kunnen best een locomotief gebruiken.”

Het lijkt een uitgemaakte zaak: zowel consumenten als producenten hebben behoefte aan eenduidige regelgeving. Waarom is die er dan nog niet? Het zit vermoedelijk vast op één venijnig stofje: sulfiet. Daarover meer in het derde deel van deze serie.

Discussion

2 Responses to “#Biowijn: deel II”

  1. Even een opmerking over de “duurzame wijnbouw”. Hier zijn vele gradaties in en deze vorm is dan ook sterk bediscussieerd. Veel wijnboeren roepen nl dat ze niet systematisch spuiten, maar alleen bestrijdingsmiddelen toepassen “als dat nodig is”. Maar wanneer dat meermaals per jaar zo gevonden wordt spuiten ze net zo veel als de conventionele boer, of in theorie zelfs meer.

    Wat je dan krijgt is dat producenten die niet duurzaam werken, zich wel als “pseudo-bio” presenteren. Bekende voorbeelden zijn de “lutte raisonné” en “Terra Vitis”. De duurzaamheid van deze methoden is niet breed erkend.

    Wat betreft de keurmerken speelt er meer mee, voor bij de bio-dynamie. Niet alleen zijn de kostne hiervoor (bv voor Demeter) belachelijk hoog, de gedachten erachter kloppen niet. zoals een van mijn producenten het verwoordde: “wij werken hier volgens onze eigen principes en geloof in goede omgang met mens, dier, plant en aarde. Hoe kan je nou iemand je eigen geloof laten controleren? Je laat je als katholiek (of socialist) toch ook niet ieder jaar controleren of je wel goed gelooft?”

    Daarnaast speelt bij producenten die topwijn willen maken dat er bepaalde regels zijn die onwenselijk zijn. Zo is voor Demeter keurmerk groene oogst (opbrengstreductie) en het gebruik van RVS niet toegestaan (was in de tijd van Steiner nieuwlichterij), maar gebruik van kunststof vaten wel (bestond toen nog niet). Als je echte topwijn wilt maken kan je dus geen Demeter keurmerk krijgen….

    Posted by Piemonte Import | 19. dec, 2011, 16:16
  2. Mooie toevoeging Arno! Het is idd niet zo eenvoudig in hokjes en stromingen te plaatsen. :)

    Wat betreft dat geloof ben ik niet helemaal met je eens. Een katholiek drink je niet uit een fles, wijn wel. Als je biowijn zegt te maken, is het wel zo fair als een consument dat kan toetsen. En dan liefst gelijke monniken, gelijke kappen: dus één keurmerk (ook al wordt ie nooit sluitend).

    Groeten,
    Rienk

    Posted by Rienk | 19. dec, 2011, 16:41

Post a comment

Vinoblog Twitter