// Je leest nu...

Interviews

Gambe wat? Gambellara!


Voor ons schittert de zon in het water. Twee prachtige groene heuvels bollen erachter omhoog. Een naaldbos markeert de verte.

Nicola Dal Maso steekt een sigaret op. We drinken espresso. Knijpen onze ogen dicht tegen de onverwacht felle nazomerzon.

“Allora“, begint de Italiaanse wijnmaker zijn verhaal met doorrookte stem. Het verhaal over zijn wijnbedrijf – Dal Maso Viticoltori uit Veneto, Noord-Italië.

Wie denkt dat we op zijn terras in Montebello zitten, uitkijkend over de glooiende wijngaarden van Gambellara, heeft het mis.

Ik spreek Nicola vanmiddag net voor de najaarsproeverij van Weg van Wijn, bij golf en -businessclub De Scherpenbergh. Golfballen zijn weliswaar geen druiven, maar ook hier in Lieren is het toeristisch goed voor elkaar.

Garganega

“Gambellara en Colli Berici, de gebieden waar mijn wijnen vandaan komen, zijn lang niet zo bekend als Soave of Valpolicella”, begint Nicola vanuit de underdogrol. “Garganega is de belangrijkste druif in Gambellara. Dezelfde witte druif die ook voor Soave wijnen wordt gebruikt. In tegenstelling tot veel Soave worden de wijnen in Gambellara gemaakt van 100% garganega. Het grote verschil met Soave is de bodem. In Gambellera bestaat die volledig uit vulkaansteen. Pikzwart. Dat zorgt voor minerale wijnen.”

Wereldwijde export

Het wijnbedrijf Dal Maso ligt aan de rand van het dorpje Montebello. Samen met Gambellara vormt Montebello het hart van dit kleine wijngebied. Voor het plaatje: de DOC Gambellara past 10 keer in de DOC Soave.

Achter zijn wijnbedrijf liggen de heuvels die richting noorden uitgroeien tot de Alpen. Voor het bedrijf strekt zich de Pianura Padana [Povlakte] uit. Niet meer dan twee heuvels omvat het productiegebied. Nicola knijpt er jaarlijks 450.000 flessen wijn uit. De helft van de productie wordt wereldwijd verscheept, zelfs naar Japan en China. “Exporteren is tegenwoordig makkelijker dan de wijn in Italië verkopen”, zegt hij. “Italianen drinken minder, vooral na de invoering van alcoholcontroles in het verkeer. En Italianen drinken minder dure wijn. Tegelijkertijd zijn er veel wijnproducenten bijgekomen. Hier gaat iets helemaal mis.”

Franse indringers 

Veertig jaar geleden kocht de vader van Nicola grond in de Colli Berici – een wijngebied dat circa 15 kilometer ten zuidoosten van Gambellara ligt. Naast een paar hectares sauvignon blanc en chardonnay worden in die heuvels vooral rode druiven verbouwd. Franse indringers. Merlot en cabernet vooral. Opvallend, want Italië staat bekend om haar eigen druivenweelde. Toch groeit er één autochtone soort : de tai rosso.

Tai rosso is synoniem voor cannonau di sardegna, garnacha, ofwel de Franse grenache druif. Althans, dat dacht ik. “Tai rosso lijkt sterk op grenache,” begint Nicola zijn tegenwerping, “maar de druiven komen niet van dezelfde familie.
“In de Colli Berici worden inderdaad hoofdzakelijk Franse druiven verbouwd. Eind 19e eeuw was er veel werkloosheid in deze streek. Mensen trokken naar Frankrijk om daar een baan te zoeken. Sommigen keerden uiteindelijk terug. Ze namen Franse druiven mee en plantten ze aan. Daarom is de DOC Colli Berici Cabernet Sauvignon de oudste DOC voor cabernet sauvignon in heel Italië.”

Verschil in bodem en klimaat

Ook al liggen Gambellara en Colli Berici vrij dicht bij elkaar, het zijn twee verschillende gebieden. De bodem in Gambellara bestaat uit vulkaangesteente, Colli Berici kent witte zeekleibodem. “Ook het klimaat is anders”, vertelt Nicola. “Colli Berici is warmer en droger dan Gambellara. De regenbuien worden grotendeels tegengehouden door de Voor-Alpen. De regen valt dan nog net in Gambellara, maar veel minder in de Colli Berici.”

Brede range

De druiven uit deze DOC’s leveren een brede range wijnen op; van bubbels, tot ‘cru’s’, van rood, wit tot de zoete recioto. De witte wijnen zijn mineraalrijk en zitten goed in de zuren, de rode zijn stevig, maar ook elegant.

“Toen mijn vader het bedrijf van zijn vader overnam, 40 jaar geleden, had hij maar 7 hectares wijngaard en 1 druif: garganega. Nu zijn dat 25 hectares. Hij bottelde alleen Gambellara en recioto. Véél kwantiteit. In die tijd hoefde er alleen maar ‘wijn’ op de fles te staan en er moest alcohol in zitten. Dan kon je het verkopen. Pas toen ik het bedrijf overnam samen met m’n zussen, zijn we begonnen met de productie van rode wijn en frizzante [bubbels].”

Bio is logisisch

Dal Maso is geen gecertificeerde biologische wijnproducent, maar werkt wel grotendeels biologisch. Volstrekt logisch, vindt Nicola. Toch worden de druiven die in de basiswijnen verdwijnen, geteeld met een machine. Hoe rijmt Nicola dat met een biologische werkwijze? “Ik geloof niet dat de moderne machines waarmee we tegenwoordig werken schade aanbrengen aan de bodem en planten. Oké, als het langdurig nat is tijdens de oogst, dan wordt het een ander verhaal. Bij normale omstandigheden zorgen de machines voor een ‘zachte oogst’. En de kwaliteit van de wijn wordt er niet minder op. Het is wel een stuk efficiënter, kan ik je vertellen. Als ik de druiven handmatig moet plukken, ben ik twee weken bezig met 12 plukkers. Met de machine kan ik het in twee dagen.”

En zo zie je maar: Dal Maso is enerzijds een producent met diepe wortels in Gambellara; een traditie van 5 generaties wijnmakers. Maar het is ook een bedrijf dat zich probeert te plooien naar de huidige tijd. Niet zozeer de thuismarkt, als wel de wijde wereld er omheen begint Gambellara en Colli Berici steeds meer te waarderen.

“Het is mijn job”, lacht de wijnmakende zakenman over de promotietaak die hem ligt te wachten. Hij steekt nog een sigaret op.

De wijnen van Dal Maso Viticoltore  zijn in Nederland te koop bij: Weg van Wijn.

Discussion

No comments yet.

Post a comment

Vinoblog Twitter