De Australische wijnsector heeft in 2026 zijn kleinste oogst sinds 2000 binnengehaald. In totaal werd naar schatting 1,27 miljoen ton wijndruiven verwerkt: 19 procent minder dan vorig jaar en ongeveer een kwart onder het tienjarig gemiddelde.
De terugval werd deels veroorzaakt door extreem en wisselvallig weer. Wijngebieden kregen te maken met droogte, hittegolven, vorst, hagel en overstromingen. Toch is het klimaat niet de belangrijkste verklaring. Wereldwijd wordt minder wijn gedronken en vooral de vraag naar rode wijn is sterk afgenomen. Australische producenten beperken daarom bewust hun productie; sommige druiven bleven zelfs ongeplukt.
Rode druiven werden het hardst getroffen. De oogst daarvan daalde met 29 procent, tegenover selchts 9 procent bij witte druiven. Shiraz, jarenlang hét boegbeeld van de Australische wijnbouw, leverde 35 procent in. Slecht nieuws voor Ricciardo dus. Chardonnay werd daardoor de meest geoogste druivensoort van het land. Voor het eerst sinds 2012 vormden witte druiven weer de meerderheid van de totale oogst.
Opvallend is dat de kleinere oogst niet tot hogere prijzen heeft geleid. De gemiddelde waarde van ingekochte druiven daalde met 6 procent, terwijl de totale waarde van de oogst met 26 procent afnam tot 837 miljoen Australische dollar. Dat wijst erop dat de vraag nog altijd zwak is. Vooral voor wijnboeren en regionale gemeenschappen betekent dit fors minder inkomen.
De “slechtste” oogst in 25 jaar is overigens vooral de kleinste, niet noodzakelijk de minste in kwaliteit. In verschillende regio’s zorgden kleine druiven en een langzame rijping juist voor geconcentreerde smaken, een diepe kleur en een goede structuur. De oogst van 2026 vertelt daarom vooral het verhaal van een wijnindustrie die zich noodgedwongen aanpast aan een veranderende wereldmarkt.