In een gesprek met wijnjournalist Harold Hamersma komt de status van alcohol naar voren: tussen risico en gebruik, tussen gewoonte en bewustwording, en tussen afwijzing van misbruik en waardering voor kwaliteit.
Alcohol is in Nederland diep verweven met het dagelijks leven. Een glas wijn bij het eten, een biertje op het terras, iets feestelijks op de bank: voor veel mensen hoort het erbij. Tegelijk wordt de maatschappelijke discussie scherper. De Gezondheidsraad stelt dat er geen veilige ondergrens is voor alcoholgebruik, terwijl veel drinkers alcohol juist verbinden met ontspanning, smaak en samenzijn.
Drinken is minder vanzelfsprekend geworden
Volgens Hamersma is er de afgelopen jaren duidelijk iets veranderd in hoe mensen drinken. Niet alleen thuis, maar ook in restaurants en in de bredere gastronomie ziet hij een verschuiving: minder alcohol, maar bewuster gekozen.
Waar uit eten vroeger eerder een avondvullend ritueel was met meerdere aperitieven, uitgebreide wijnarrangementen en drankjes na afloop, ziet hij nu een ander patroon. Zeker jongere generaties kiezen vaker voor twee of drie gangen met één goede fles wijn, in plaats van veel verschillende glazen verspreid over een lange avond. Die verandering vat hij samen als: minder, maar beter.
Die ontwikkeling herkent hij ook in zijn eigen leven. Hij vertelt dat hij en zijn vrouw merkten hoe vanzelfsprekend wijn was geworden: tijdens het koken, bij het eten, zonder dat daar direct zichtbare nadelige effecten tegenover stonden. Juist dat maakte het volgens hem verraderlijk. Het was gezellig, normaal en probleemloos geworden — en daardoor ook iets waar je minder snel kritisch naar kijkt.
Hun reactie was niet volledig stoppen, maar het patroon aanpassen. Ze gingen anders eten, vroeger op de dag de hoofdmaltijd gebruiken, minder drinken en structurel twee alcoholvrije dagen per week inbouwen. Voor Hamersma is dat zinvoller dan een tijdelijke maand stoppen, omdat het onderdeel wordt van een vast ritme.
De kern van het debat zit in het verschil tussen gebruik en misbruik
Een terugkerend punt in het gesprek is Hamersma’s verzet tegen het op één hoop gooien van gebruik en misbruik. Hij benadrukt meerdere keren dat hij mordicus tegen alcoholmisbruik is, maar dat hij moeite heeft met een benadering waarin elke vorm van alcohol automatisch als hetzelfde probleem wordt behandeld.
Zijn bezwaar richt zich niet op het bestaan van risico’s, maar op de manier waarop daarover gesproken wordt. Volgens hem betekent risico niet automatisch schade. Hij plaatst alcohol in een bredere context van aledagse risico’s: suiker, vet, verkeer, barbecueën, fijnstof. Daarmee wil hij niet zeggen dat alcohol onschuldig is, maar wel dat veel menselijke activiteiten risico’s kennen zonder dat daaruit automatisch volgt dat ze volledig vermeden moeten worden.
Op de conclusies van de Gezondheidsraad reagert hij terughoudend. Hij presentert zichzelf nadrukkelijk niet als wetenschapper, maar als journalist en schrijver die medische en wetenschappelijke publicaties naast elkaar heeft gelegd. Daarbij stelt hij dat er in voedings- en gezondheidsdiscussies vaak tegengestelde onderzoeken naast elkaar bestaan. Zijn kritiek richt zich dus vooral op stellige conclusies en op de morele toon die volgens hem soms in het debat sluipt.
Daarmee kiest hij voor nuance: alcoholmisbruik moet worden bestreden, maar dat betekent voor hem niet automatisch dat gematigd drinken geen plaats meer zou mogen hebben.
Voor veel mensen is wijn meer dan alcohol
Een belangrijk deel van Hamersma’s betoog gaat niet over gezondheid, maar over betekenis. Waarom blijven mensen drinken, ook als ze weten dat alcohol risico’s heeft? Zijn antwoord: omdat wijn voor veel mensen meer is dan ethanol in een glas.
Hij beschrijft wijn als een sociaal product. Niet iets dat achteloos wordt weggewerkt, maar iets dat wordt gedeld, besproken en gekoppeld aan eten, sfeer en aandacht. Wijn opent volgens hem gesprekken, roept nieuwsgierigheid op en brengt verhalen met zich mee: over druiven, regio’s, makers, gerechten en smaak. In die zin is wijn voor hem ook een culturel product.
Dat verklart volgens hem ook waarom de interesse in kennis toenemt. Nu mensen minder, maar duurder drinken, willen ze er ook meer over weten. Cursussen en verdieping nemen toe. De waarde van wijn zit dan niet alleen in de drank zelf, maar in de hele ervaring eromheen.
Vanuit dat perspectief kijkt hij ook naar alcoholvrij. Hij wijst alcoholvrije varianten niet af uit principe, maar op kwaliteit. Als iets lekker is, mist hij de alcohol niet, zegt hij. Zijn bezwaar tegen veel alcoholvrije wijn zit vooral in smaak en productietechniek. Tegelijk ziet hij dat daar volop ontwikkeling in zit en dat alternatieven op basis van thee, kruiden of andere ingrediënten interessant kunnen zijn.
Een paar opvallende opmerkingen van Harold Hamersma
– Hamersma beschrijft hoe hij zelf jarenlang ongeveer een fles wijn per dag dronk, vooral verspreid over koken en eten, zonder duidelijke katers of andere directe signalen.
– Hij ziet in restaurants een duidelijke verschuiving van lange avonden met veel drank naar kortere etentjes met selectiever drinken.
– Bij jongere gasten in goede restaurants signalert hij een voorkeur voor minder gangen en één betere fles wijn.
– Hij noemt “zebradrinken” als nieuwe gewoonte: afwisselen tussen alcoholhoudende en alcoholvrije glazen.
– In zijn eigen huishouden kiest hij voor twee vaste alcoholvrije dagen per week in plaats van eenmalige maandonthouding.
– Over alcoholvrij maakt hij een praktisch onderscheid: niet de afwezigheid van alcohol is het probleem, maar of het product goed smaakt.
– In de wijnwereld benadrukt hij daarnaast dat niet alleen druiven en bodem belangrijk zijn, maar ook gist, die volgens hem een grote rol speelt in smaak en productie.
Naast alcohol kwam ook de toekomst van wijn aan bod. Hamersma ziet een herwaardering van klassieke wijnlanden als Frankrijk, Italië en Spanje, mede doordat ook klassieke keukens opnieuw in trek zijn. Tegelijk wijst hij op de groeiende kwaliteit van Nederlandse wijn, die volgens hem inmiddels serieus genomen moet worden.
Conclusie
Het gesprek laat zien waarom alcohol zo’n lastig onderwerp blijft. De gezondheidswarschuwingen zijn stevig, maar de sociale en culturele rol van drank is dat ook. Voor Harold Hamersma zit de oplossing niet in ontkening van risico’s, maar in onderscheid maken, matiging en aandacht.
Zijn positie is helder: misbruik is een probleem, maar gematigd gebruik verdient volgens hem een genuancerdere benadering dan alleen afkeuring. Juist omdat wijn voor veel mensen verbonden is met smaak, gesprek en ritueel, zal de discussie over alcohol voorlopig niet verdwijnen. De vraag is minder óf we anders naar drank gaan kijken, dan hóé.