In het oude Rome was het serveren van slechte wijn aan gasten niet alleen een sociale blunder, maar ook een berekende machtsgreep van de politieke elite om status te definiëren en sociale hiërarchieën te manipuleren.
Dat blijkt uit het promotieonderzoek van historicus Simon Speksnijder, die zijn werk genaamd ‘Greeting and eating in Roman society‘ deze maand verdedigde.
Historici dachten tot nu toe dat sociale interacties rond eten en groeten bepaald werden door al bestaande sociale verhoudingen. Maar Romeinen, in het bijzonder mannen die de politieke elite vormden, speelden ook met die gebruiken om meer aanzien te krijgen en hun sociale netwerk te vergroten, stelt Speksnijder. Zoserveerden gastheren opzettelijk mindere wijn aan gasten die verder weg zaten, om zo hun lagere prestige binnen de sociale kring te benadrukken, terwijl ze de beste wijnen voor zichzelf en de eregasten reserveerden.
Deze praktijk stelde gastheren in staat hun sociale netwerken uit te breiden en prestige te verwerven, door de verdeling van middelen tijdens banketten te controleren. Deze strategie bracht echter aanzienlijke risico’s met zich mee; als een gastheer zijn relatie met een gast van hogere status verkeerd inschatte, kon het serveren van wijn van slechte kwaliteit leiden tot een ernstige sociale belediging. Keizer Augustus wees bijvoorbeeld een gastheer af die hem een eenvoudige maaltijd voorschotelde, met de beroemde opmerking: “Ik wist niet dat we zulke goede vrienden waren”, waarmee hij benadrukte dat een dergelijke behandeling alleen voor gelijken was weggelegd.